Wat is osteopahtie?

 

Osteopathie is een holistische geneeskunde die voornamelijk dient voor het diagnosticeren van disfuncties en hun behandeling. Diagnose en therapie komen tot stand met specifieke osteopathische technieken uitgevoerd met de handen.  Achter deze korte definitie schuilt een gedetailleerde, medische gedachtegang. De osteopathische geneeskunde is immers een wetenschap, een kunst en een filosofie binnen de gezondheidszorg, met een eigen specifiek concept en specifieke principes voor diagnose en therapie.

 

De  osteopathische geneeskunde is gebaseerd op drie pijlers 

1. De eenheid van het menselijke lichaam in zijn geheel. 

2. De onderlinge afhankelijkheid van structuur en functie. 

3. De zelfherstellende en zelfregulerende krachten in het lichaam.  

 

Osteopathie als wetenschap 

Osteopathie bestaat uit de exacte kennis van anatomie, fysiologie, biochemie en hygiëne, evenals de kennis van hoe het organisme zich organiseert én gedraagt, zowel in gezonde staat, als in de verdediging tegen ziekten en tijdens herstelprocessen. 

Osteopathie als kunst

De kunst manifesteert zich in de toepassing van de osteopathische geneeskunde, zowel in haar geheel als in individuele domeinen, door gekwalificeerde en competente (gediplomeerde) beoefenaars op het gebied van geneeskunde. 

 

Het concept

In de osteopathie worden spieren, fascia en skelet als één samenhangend systeem beschouwd. Samen vormen ze een functionele eenheid met de andere systemen van het organisme, zowel in gezonde toestand, als in de ontwikkeling van disfuncties, als in de persistentie ervan, als aan het begin van een ziekte als tijdens de terugkeer naar een gezonde toestand. 

 

De osteopathische benadering

 

Het leven laat zich zien in de vorm van beweging: wanneer iets beweegt, weten we dat het leeft. Het menselijk lichaam werkt vanwege zijn vermogen om bewegingen uit te voeren. Dit geldt niet alleen voor de gewrichten. Alle lichaamsstructuren voeren fijne ritmische, soms onwillekeurige bewegingen uit. Het hart klopt continu, de longen bewegen volgens het ademhalingsritme, de maag voert peristaltische bewegingen uit en bloed, lymfe, hersenvocht, enz. stromen langs hun wegen. Elke structuur kent haar eigen beweging en haar eigen ritme.

 

Panta Rei [Grieks] betekent alles wat leeft, stroomt. 

"Stilstand is achteruitgang", luidt een gezegde. Stromend water wordt altijd vernieuwd en blijft gezond. Stagnerend water wordt daarentegen troebel en een broeihaard van micro-organismen. Een soortgelijk proces vindt plaats in het lichaam. Zelfs een klein verlies van beweeglijkheid van de weefselstructuren kan hun functies schaden en tot bepaalde symptomen leiden.  

 

De functie

Dokter Andrew Taylor Still heeft het menselijk lichaam vaak vergeleken met beelden uit de natuur. Persoonlijk gebruik ik zelf graag de volgende metafoor: in elke rivier komen takken en bladeren die samen mee vloeien met de rivier. Dit is een natuurlijk proces. Maar zodra er obstakels in deze rivier ontstaan, kan dat tot problemen leiden. Het water blijft stromen, maar de bladeren en takken kunnen vast komen te zitten in het obstakel.  Hetzelfde gebeurt in het menselijk lichaam. De natuurlijke stroom (bloed, lymfe, cerebrospinale vloeistof, enz.) wordt belemmerd door de beperkte mobiliteit van gewrichten, organen en andere structuren. Het weefsel is minder doorbloed en het metabolisme raakt lokaal verstoord. Verschillende oorzaken kunnen aan de basis liggen van deze verminderde beweeglijkheid. Een verstuiking of dislocatie kan leiden tot een permanente bewegingsbeperking. Maar ook een genezen ontsteking van inwendige organen, chirurgische littekens of een bepaalde levensstijl of voedingsgewoonten kunnen de mobiliteit beperken.

De belangrijkste kenmerken

 

De belangrijkste kenmerken van osteopathie konden afgeleid worden uit de volgende observaties:

 

Het lichaam vormt een biologische entiteit

Het ondeelbare wezen van het lichaam in zijn geheel is een hoeksteen van de osteopathie. De eenheid van het lichaam manifesteert zich in zijn fysieke en mentale functies in zowel de gezonde als de zieke staat. Tegelijkertijd is het menselijk organisme voortdurend in interactie met zijn omgeving. De structuur en de functie zijn onderling afhankelijk.

 

"De structuur leidt (dirigeert) de functie en de functie vormt (creëert) de structuur." (A.T. Still).

Veranderingen in structuur veroorzaken veranderingen in functie en vice versa. Osteopathie maakt gebruik van de onderlinge afhankelijkheid van structuur en functie bij diagnose en therapie door het gebruik van handmatige technieken. Met de hulp van een complex evenwichtssysteem heeft het lichaam de neiging zichzelf te reguleren of zichzelf te genezen.

 

Het lichaam heeft het natuurlijke vermogen zichzelf te beschermen en heeft zijn eigen genezende krachten. Het kan tot op zekere hoogte de oorzaken van een ziekte overwinnen of op zijn minst aanpassen. De structurele en functionele eenheid van het lichaam manifesteert zich in de verschillende weefsels, hun functies en interacties.

 

Deze eenheid uit zich:

mechanisch: tussen botten, gewrichten en spieren, enz.; in de circulatie van vloeistoffen, zoals: via de arteriële en veneuze bloedbanen, het lymfestelsel, het hersenvocht, enz.; in de membranen: door de verbindingen tussen organen en weefsels via de omhullende en beschermende membranen en fascia; neurologisch: via de zenuwen van het centrale en perifere zenuwstelsel; fysiologisch: door biochemische en elektrofysiologische overdrachten tussen organen en weefsels.

 

Deze interacties stelt het lichaam in staat zichzelf te beschermen als een eenheid en zichzelf (opnieuw) in balans te brengen. De osteopaat probeert de bewegingen van de structuren te verbeteren om hun functies te stimuleren en te normaliseren.

 

Concept

Het menselijke organisme kan worden begrepen als een constante die zich in een dynamisch evenwicht bevindt. Van de geboorte tot de dood vindt een continu proces van montage en demontage plaats zonder dat zich belangrijke veranderingen voordoen. Zo goed als elke menselijke cel wordt van tijd tot tijd vervangen door een nieuwe, identieke cel, zonder het uiterlijk te veranderen. Ons leven is niet als een rechte lijn. Ons evenwicht wordt voortdurend blootgesteld aan beïnvloedende factoren. Elke factor die een afwijking van de evenwichtsnorm veroorzaakt, creëert tegelijkertijd de stimulus voor een terugkeer naar een normale situatie. Daarom past het organisme zich voortdurend aan en beweegt het tussen het ene en het andere maximum. Als mens worden we blootgesteld aan twee constante verschijnselen, de zwaartekracht en onze omgeving. Beide zijn noodzakelijk voor een normale ontwikkeling. 

Naast deze constante verschijnselen zijn er een aantal veranderende factoren die nodig zijn als stimuli voor onze individuele ontwikkeling: de fysieke factor; de mentale factor; de hygiënische factor.

 

Deze factoren veranderen in frequentie, duur en intensiteit en vertegenwoordigen een "te veel" of een "te weinig" aan stressverschijnselen, afhankelijk van situatie tot situatie. Een van de belangrijkste principes is dat het niet het stressfenomeen is dat ertoe doet, maar de manier waarop het menselijke organisme daarop reageert.

 

Vroeg of laat laten stressverschijnselen een functionele "afdruk" achter in het lichaam. Dit is duidelijk in de volgende gebieden:

pariëtaal = bewegingsapparaat, fascia, enz.

visceraal = inwendige organen, membranen, enz.

craniosacraal = schedel, wervelkolom, bekken, enz.

 

Voor de osteopaat manifesteert de "afdruk" zich in een kwantitatieve en / of kwalitatieve beperking van de beweging en toestand van het aangetaste weefsel: een zogenaamde osteopathische disfunctie. Iedere mens heeft zijn of haar eigen “afdrukken” die verschillende prikkels hebben achtergelaten. Die afdrukken kunnen zich uiten in een algemeen gevoel van onbehagen of in de vorm van symptomen tot ziektes.

 

De osteopaat diagnosticeert de bewegingsbeperking in het pariëtale, viscerale en craniosacrale gebied. Zijn therapie is gericht op het herstellen van de dynamische balans van deze drie gebieden, zodat de zelfherstellende en zelfregulerende krachten van het lichaam weer vrij kunnen werken.

 

Met dit concept kan de osteopaat een duidelijk onderscheid maken tussen de primaire en de resulterende, verdere osteopathische disfuncties in zijn diagnose. Op deze manier kan hij een specifieke en doelgerichte behandeling toepassen en een therapieplan opstellen.

Osteopatische behandeling

 

De behandeling begint met een gedetailleerde anamnese. De focus ligt op de medische geschiedenis van de patiënt in chronologische volgorde, zoals complicaties bij de geboorte, medische voorgeschiedenis, chirurgische ingrepen, voedingsgewoonten, huidige klachten, voorgaande therapie, medicatie, enz. 

 

Aansluitend wordt een gedetailleerd lichamelijk onderzoek uitgevoerd. Vooral structuren en weefsels met gewijzigde of beperkte mobiliteit, positie en spanning worden gediagnosticeerd en verder onderzocht. De therapeut is dankzij zijn brede, diepgaande kennis en praktijkopleiding in staat ook de kleinste bewegingsbeperkingen in het lichaam waar te nemen en te interpreteren. Hierdoor kan hij op zoek gaan naar de oorzaken van de klachten.

 

Deze situeren zich op een van deze drie gebieden:

het skeletspierstelsel (pariëtaal)

Het bewegingsapparaat, bestaande uit bot, fascia, spieren, pezen en gewrichten, enz.

 

visceraal:

De inwendige organen met hun bloedvaten, lymfevaten, zenuwbanen, membranen, enz.

 

craniosacraal:

De schedel, de wervelkolom, het hersenvocht, de vliezen, het zenuwstelsel, enz.

 

Met het oog op een blijvende zelfregulering van het hele organisme, houdt de therapeut speciaal rekening met alle drie de genoemde gebieden omdat een harmonieus samenspel van deze gebieden van het grootse belang is. 

Door een beperkte mobiliteit, structurele veranderingen of functionele beperkingen in een van deze gebieden is er altijd de mogelijkheid dat het ook een impact heeft op de andere gebieden. Daarom kan de therapeut ook structuren onderzoeken en behandelen waarbij de patiënt de symptomen niet vermeldt. Door speciale behandelingstechnieken kan de therapeut ook laaggelegen (diepgelegen) weefsels bereiken.